Kerstboodschap

‘Mevrouw, kan ik u helpen?’ vraag ik. Een klein oud vrouwtje reikt naar een kalender. De Bijenkorf heeft weer een ruim assortiment. Ik zoek een kunstkalender voor mijn tante. Ik twijfel tussen Van Gogh en Jeroen Bosch. ‘Graag,’ zegt ze. Ik geef haar de kalender. Ze komt dichter bij en zegt: ‘Ik ben 86 en ik ben zeven centimeter gekrompen, ik ben nog maar 1 meter 40.’ Ik kijk haar aan. Ze heeft nog een glad gezicht. ‘O jee,’ zeg ik, …

Meer lezen …

Vervreemd

Omdat ik alweer te veel dagen achter m’n laptop had gezeten besloot ik een lange wandeling te maken van Delfshaven naar De Esch, langs de rivier. Even voorbij de Maastunnel passeerde mij op de Parkkade een man op een fiets. Een meter of tien voor mij zwabberde hij naar de kant en zeeg neer in de berm, de fiets over zich heen trekkend. Ik versnelde mijn pas, liep naar hem toe en legde de fiets naast de man in het …

Meer lezen …

Herfst

‘Weet je wat ik een van de mooiste woorden in de Nederlandse taal vind?’ ‘Wat dan?’ ‘Het woord herfst. Die bijzonder zachte klank, die vind ik mooi.’ Mijn vriendin met wie ik een koffietafelgesprek voer proeft het woord op haar tong. ‘Als je het woord herfst uitspreekt, begin je al met een zachte, onhoorbare klank, de h,’ begin ik, terwijl we wachten op de koffie met appeltaart. ‘In de taalkunde hoort de h bij de stemloze medeklinkers, dat zijn de …

Meer lezen …

De -n of niet

‘Koffie?’ ‘Ja, lekker. Wat ben je aan het doen?’ ‘Ik schrijf een column voor de krant. Over vandalisme.’ ‘Interessant. Maar eh…dat is niet goed hoor, wat je daar schrijft.’ ‘Wat bedoel je?’ ‘Die n achter vele. Dat klopt niet.’ ‘O, wat is daar mis mee dan?’ ‘Nou, je schrijft: De abri’s waren door de jongeren vernield. Velen werden later door de gemeente gesloopt. Dat klopt niet, hoor.’ ‘Die n achter velen niet? In die zin is het toch zelfstandig gebruikt?’ …

Meer lezen …

Wederkerend

  ‘Hoe ging het bij de auditie?’ ‘O, wel goed eigenlijk. Ik besef me nu opeens dat dit is wat ik echt wil.’ ‘Ik besef.’ ‘Dat zeg ik toch, besef?’ ‘Nee, je zei ‘ik besef me’. Dat ‘me’ hoort er niet bij.’ ‘O, sinds wanneer? Ik hoor het iedereen zeggen.’ ‘Jawel, maar dat is fout. Je haalt twee dingen door elkaar.’ ‘Huh, hoezo, wat dan?’ ‘Het is ‘ik besef’, zonder ‘me’ dus. Of je zegt ‘ik realiseer me’, met ‘me’ …

Meer lezen …