Terug naar de Pyrenéeën

Het afscheid van Torena viel mij zwaar. Ik kreeg bijna een eeuw lang een inkijkje in de levens van de inwoners van het dorp in de Pyrenéeën, op een steenworp afstand van Sort, La Seu d’Urgell, Tremp en La Pobla de Segur, waar ik afgelopen zomer nog nietsvermoedend op vakantie was.

Jaume Cabré heeft met De stemmen van de Pamano (2004) een boek geschreven dat van het begin tot het einde boeiend en spannend blijft. Het verhaal begint bij Tina Bros, een fotografe die in Torena arriveert om foto’s te maken voor een tentoonstelling over de ontwikkeling van schoolmateriaal. De oude school van Torena wordt afgebroken. Van een bouwvakker die met de sloop bezig is, krijgt Tina een sigarendoos met kinderschriften. Als ze de schriften opent, blijken ze volgeschreven te zijn door schoolmeester Oriol Fontelles. Het is een brief aan zijn dochtertje dat hij nooit gezien heeft.

Het eerste schrift bevat een getekend zelfportret van de schoolmeester, het tweede een tekening van een huis met het onderschrift Huize Gravat, het derde een kerk, de Sant-Pere in Torena en een hond, het vierde de schets van een vrouwenportret. We maken kennis met Oriol Fontelles, die vanwege zijn falangistische sympathieën de liefde van zijn vrouw Rosa verspeelt. Elisenda Vilabrú is de keiharde zakenvrouw met een steeds uitdijender imperium. Als haar vader en haar broer door het verzet worden vermoord, zweert ze hen te wreken. Oriol en Elisenda krijgen een onstuimige verhouding, maar hun liefde heeft geen toekomst. Valentí Targa, de wrede burgemeester van Torena en bewonderaar van Franco, is verliefd op Elisenda. Met deze ingrediënten begint de roman.

De verhoudingen tussen de hoofdpersonages worden gespiegeld in het huwelijk van Tina. Op zoek naar de geschiedenis van Oriol, die Rosa bedriegt met Elisenda, wordt Tina bedrogen door haar man Jordi. Oriol is zijn dochtertje kwijt, maar ook Tina en Elisenda verliezen hun kind.

Jaume Cambré maakt in dit werk, dat 534 bladzijden telt, veelvuldig gebruik van dialogen in spreektaal. Zijn beschouwende teksten schrijft hij in lange, soms poëtische zinnen, zoals
“De wandklok tikte rustig, aan de rechtermuur hing Elisenda’s prachtige portret en de stilte van een ijskoude nacht in Torena stond achter de ruiten.”.

Door zijn steeds wisselend perspectief en de vaak wisselende tijden, vaak op dezelfde bladzijde en binnen hetzelfde hoofdstuk, ben je als lezer voortdurend hard aan het werk. Deze manier van schrijven kwam ik eerder tegen bij een andere Spaanse auteur, Fernando Aramburu, in zijn boek Vaderland, besproken in mijn vorige post. In de meeste romans vinden tijd- en perspectiefwisseling plaats in afzonderlijke hoofdstukken.

Maar wie was toch die indringer, die dit document van Tina’s computer ontvreemdde?

Vele weken heb ik doorgebracht met de inwoners van Torena en ik was verdrietig toen ik het boek dicht sloeg en het dorp moest verlaten. Zullen dit soort vertaalde meesterwerken voor ons bereikbaar blijven? Michel Krielaars beschrijft in zijn column in NRC Handelsblad van 15 februari j.l. een mogelijke reactie van uitgevers van vertaald werk als gevolg van het feit dat door het lerarentekort 20% van de leerlingen ongeletterd het basisonderwijs verlaat. Laten we hopen dat we dit tij snel kunnen keren, zodat we fantastische literatuur uit het buitenland kunnen blijven lezen!

 

Jaume Cabré, Les veus del Pamano. Uitgave van Enciclopèdia Catalana S.A., 2004.

Vertaling Pieter Lamberts en Joan Garrit, De stemmen van de Pamano. Uitgave van Signatuur Utrecht en Pieter Lamberts, 2009.

 

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.