Een leven in Estland

Ik treuzel nog even met het laatste hoofdstuk maar dan is het onherroepelijk uit, dit ruim 1000 pagina’s tellende boek waar ik in de afgelopen Corona-weken alle tijd voor had.

Tussen twee plagen (1985) van Jaan Kross is een boeiende roman van de ‘grootste Estische schrijver van de twintigste eeuw’, aldus de achterflap. De vertaling van Frans van Nes en Jesse Niemeijer (2018) leest als een trein, met schitterende lange zinnen vol beeldspraak en terzijdes. Met af en toe wat te eigentijdse woorden, waardoor ik even uit het verhaal kom.

Deze historische roman verhaalt over de drie plagen die Estland, het toenmalige Lijfland, in de zestiende eeuw hebben getroffen. De pestepidemie die over Europa trekt, maakt in Estland vele slachtoffers. De angst voor de wraak van God in het door de Lutherse kerk gedomineerde land is alom aanwezig.

Vele oorlogen teisteren Estland, dat beurtelings in handen is van Duitsland, Zweden, Rusland, Polen en Finland. De geschiedenis van het kleine Estland, dat de speelbal is van de omringende grote landen spiegelt het leven van hoofdpersoon Balthasar Russow.

Tegen de achtergrond van oorlogen en intriges leven we mee met de waargebeurde geschiedenis van Balthasar, vanaf zijn vroegste jeugd tot aan zijn dood. Zijn vader was voerman. Met talent en doorzettingsvermogen gaat Balthasar via de Latijnse school theologie studeren aan de universiteit van Stettin en wordt dominee in de Heilig Hart kerk in Tallinn.

We lezen mee met zijn worsteling om hogerop te komen en zijn milieu te ontstijgen. Hij wordt uitgenodigd in de betere kringen en krijgt zicht op wat er speelt tussen de machthebbers.
Balthasar vergeet zijn boeren afkomst niet maar heeft er last van dat die hem door zijn omgeving blijvend in herinnering wordt gebracht.

De adel en de kooplieden waaien mee met iedere overheerser en blijven bij elke wisseling van de macht de boeren uitbuiten en uitmoorden. Balthasar deinst er niet voor terug hun daden breed uit te meten in zijn Kroniek van Lijfland die hij naast zijn werk als dominee ter hand neemt.

Hij trouwt met Elsbeth, dochter van de pelshandelaar, ze krijgen drie kinderen. Zij sterft samen met haar twee dochtertjes aan de pest. Met zijn huishoudster, de uit zijn eigen dorp afkomstige Epp, de enige vrouw van wie hij echt gehouden heeft, kan hij niet trouwen vanwege de sociale afstand. Hij trouwt met Magdalena, dochter van de bisschop. Na haar dood huwt hij tenslotte de misbruikte Anna met wie hij een kind krijgt dat slechts een dag in leven blijft. Geen van de vrouwen krijgt als personage diepgang en ontwikkeling, evenmin als zijn trouwe vriend Mårten.

Een grote hoeveelheid namen van overheersers, adel, geestelijkheid en handelslieden, maar ook die van lagere adel, boeren en handwerkslieden trekt voorbij, namen die soms veel later weer in het boek terugkeren, waarbij een namenlijst node wordt gemist.

Het boek is uit. Wekenlang was ik getuige van het leven van Balthasar Russow. Ik sla het dicht. Ik vertrek uit Tallinn.

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.